Eenzaamheid
Eenzaamheid
(Jan van Nijlen)
De mens is eenzaam tot en met zijn dood
Nooit is ,,n liefde, nooit ,,n vriendschap klaar
en, zelfs geboren uit dezelfde schoot,
Zijn wij nog vreemden voor elkaar.
Wat weet ik van mijn zuster en mijn vader.
wat van mijn moeder en mijn eigen kind?
En is mijn vrouw mij altijd zoveel nader
Dan de arme meid voor ‘t eerst bemind?
Nooit kan een hart een ander overwinnen;
Van lief tot minnaar en van mens tot mens
Kunnen wij nooit geheel volmaakt beminnen;
Er is altijd een kloof, een grens.
‘t Is niet eens zeker dat de dood verenen
Kan wat het leven onmeedogend scheidt,
En er beestat niet, van Parijs tot Wenen,
Een koffiehuis ‘In de Eenzaamheid’!